Deontologische code

Ethische code van de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie vzw

Het opzet van deze Ethische Code is het omschrijven van algemene principes en het vastleggen van normen voor seksuologen in hun werk alsook het informeren en beschermen van personen die van hun diensten gebruik maken. De Vlaamse Vereniging voor Seksuologie vzw (VVS) erkent dat sommige leden zich bijkomend aan de Ethische Code van andere beroepsverenigingen dienen te houden.

Artikel 1.

De seksuoloog is ten alle tijden en in al zijn contacten met cliënten verantwoordelijk voor het nastreven van de hoogste normen inzake de hulpverlening.

Artikel 2.

De taak van de seksuoloog is het aanwenden van zijn professionele vaardigheden om de bij de cliënt aanwezige mogelijkheden voor het oplossen van seksuele, huwelijks- en relationele problemen te vergroten. Voorts dient de seksuoloog de cliënt tot verantwoorde persoonlijke keuzes en beslissingen in staat te stellen.

Artikel 3.

De seksuoloog is verantwoordelijk voor het naar de cliënt toe expliciteren van de gepaste grenzen van de therapeutische relatie. De seksuoloog dient deze grenzen tijdens en na de therapie te handhaven.

Artikel 4.

De seksuoloog dient steeds de autonomie en het ultieme zelfbeschikkingsrecht van de cliënt en de betrokken derden te respecteren. Daarom is het niet gepast dat de seksuoloog de cliënt bepaalde normen, waarden of idealen opdringt.

Artikel 5.

De persoonlijke waardigheid van de cliënt dient ten alle tijden te worden gerespecteerd. Elke vorm van discriminatie of uitbuiting is onaanvaardbaar.

Artikel 6.

Het uitwisselen van informatie tussen de seksuoloog en de cliënt is vertrouwelijk. De seksuoloog heeft de plicht om de persoonlijke, wettelijke en praktische grenzen van de vertrouwelijkheid te verduidelijken zodat deze grenzen met de cliënt besproken kunnen worden.

Artikel 7.

De seksuoloog mag geen acties goedkeuren of aanmoedigen die voor de cliënt, derden of de samenleving nadelig of schadelijk zijn.

Artikel 8.

Elk onderzoek met cliënten dient zich te houden aan de verklaring van de Wereldraad voor Geneeskunde te Helsinki 1964, door de Raad aangepast in 1999. Deze verklaring voorziet richtlijnen en basisprincipes voor het onderzoek bij personen die professionele zorg ontvangen.

Artikel 9.

De leden van de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie vzw dragen de verantwoordelijkheid om de goede naam van de vereniging te bewaren. De leden dienen zich te onthouden van gedrag dat de vereniging in diskrediet kan brengen.

Gedragscode van de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie vzw

Artikel 1. De verantwoordelijkheid en bekwaamheid van de seksuoloog: algemeen

1.1 De seksuoloog is verantwoordelijk voor de praktische toepassing van de in de Ethische Code opgenomen principes.
1.2 De seksuoloog dient steeds vanuit een professionele instelling te handelen in het belang van de cliënt.
1.3 Het is de verantwoordelijkheid van elke seksuoloog om volgens de stand van de wetenschap (dwz. kennisgestuurd en op basis van actuele kennis) te handelen.
1.4 Het is de verantwoordelijkheid van de seksuoloog zijn of haar beperkingen te erkennen en te voorzien in alternatieven van hulpverlening waarnaar doorverwezen kan worden.
1.5 De seksuoloog dient zich van zijn eigen vooroordelen bewust te zijn en dient discriminatie – bijvoorbeeld op basis van ras, gender, leeftijd, seksuele oriëntatie, handicap – te vermijden.
1.6 De seksuoloog heeft de verantwoordelijkheid de cliënten voor het aanvatten van de therapie de regeling met betrekking tot honoraria, wijze van betaling en de aansprakelijkheid (onder bepaalde omstandigheden) voor het afmelden van afspraken toe te lichten. De financiële overeenkomst dient duidelijk te zijn. Het geven van voordelen of substantiële giften door cliënt of seksuoloog dient te worden vermeden.
1.7 De seksuoloog dient zich te verzekeren tegen elke wettelijke claim van een cliënt door in een eigen professionele verzekering te voorzien of door een verzekering van de werkgever.
1.8 De seksuoloog heeft de plicht om zijn cliënten over de Ethische Code, de Gedragscode en de klachtenprocedure van de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie te informeren. Hij dient aan te geven hoe men deze documenten kan verkrijgen (secretariaat of website van de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie vzw. http://www.seksuologen-vlaanderen.be).
1.9 De seksuoloog dient waar nodig de cliënten aan te moedigen tot het raadplegen van medische en juridische expertise.
1.10 Indien de therapeutische relatie onhoudbaar wordt, om welke reden ook, dient de seksuoloog de doorverwijzing voor te bereiden.
1.11 Indien de activiteiten van de cliënten mogelijks in hun nadeel zijn of schadelijk voor henzelf of derden, dient de therapeut zijn verantwoordelijkheid jegens anderen alsook jegens de cliënt zelf, op te nemen.
1.12 Het hoort tot de verantwoordelijkheid van de seksuoloog alle gegevens, in welke vorm ook, te beveiligen zodat de toegang tot deze gegevens enkel voor bevoegden beschikbaar is. Overeenkomstig de wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer (08.12.1992), behoudt de cliënt of de proefpersoon het toegangsrecht tot de registraties van de hem betreffende gegevens, doch enkel van deze gegevens. Hij behoudt tevens het recht om deze gegevens te doen vernietigen.

Artikel 2. De competentie van de seksuoloog

2.1 De seksuoloog dient zich te engageren in een aanhoudende professionele ontplooiing en dient in zijn of haar klinisch werk toegang te hebben tot de expertise van collega’s en supervisors.
2.2 De seksuoloog dient toegang te hebben tot het consulteren van bronnen met betrekking tot de huidige wetgeving daar deze regulerend kan zijn voor zijn of haar handelen.
2.3 De seksuoloog heeft de plicht zijn of haar (fysieke) geschiktheid tot handelen te verzekeren, de professionele normen te handhaven en van de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de seksuologie op de hoogte te blijven.

Artikel 3. Het welzijn van de cliënten

3.1 De seksuoloog mag de zorgrelatie niet financieel, seksueel, emotioneel of op een andere wijze misbruiken.
3.2 Cliënten dienen in gepaste omstandigheden te worden ontvangen zodat privacy verzekerd is en men vrij van onderbrekingen kan handelen.
3.3 De seksuoloog dient bereid te zijn de cliënt te voorzien van informatie betreffende zijn bekwaamheid, opleiding, behandelmethoden en regelingen voor supervisie.
3.4 Als het gebruik van expliciet seksueel materiaal gepast geacht wordt, dient dit met de cliënten besproken te worden. De aard van het materiaal en de reden voor het gebruik dienen aan de cliënt duidelijk te worden gemaakt zodat deze de toestemming voor het gebruik ervan kan geven.
3.5 Binnen de context van seksuele-, gezins- en relatietherapie is het niet gepast intieme onderwerpen betreffende een koppel in het bijzijn van hun kinderen te bespreken, van welke leeftijd deze ook zijn.

Artikel 4. Anti-discriminatie

4.1 Alle professionele activiteiten van de seksuoloog – therapie, counseling, supervisie, onderzoek of vorming – dienen niet-discriminerend te zijn.
4.2 De seksuoloog dient zijn eigen vooroordelen en stereotyperingen te onderkennen alsook de wijze waarop deze de zorgrelatie kunnen beïnvloeden.
4.3 De seksuoloog dient steeds met respect voor de waarden en waardigheid van de cliënt te handelen, in het bijzonder met betrekking tot thema’s als religie, status, ras, gender, leeftijd, seksuele oriëntatie en handicap.
4.4 Veronderstellingen en vooroordelen kunnen zich veruitwendigen door het taalgebruik van de seksuoloog en de interventies die hij aanbiedt. Daarom dient de seksuoloog zijn taalgebruik en interventies te bewaken.

Artikel 5. Vertrouwelijkheid

5.1 Artikel 458 van het Strafwetboek luidt als volgt: “Geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid, apothekers, vroedvrouwen en alle andere personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun toevertrouwd zijn, en deze bekendmaken buiten het geval dat zij geroepen worden om in rechte getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet hen verplicht die geheimen bekend te maken, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderd frank”. De verplichting tot vertrouwelijkheid blijft ook na het einde van de zorgrelatie bestaan.
5.2 In bijzondere omstandigheden van mogelijk gevaar voor het leven of de veiligheid van een individu, is het de seksuoloog toegestaan om, buiten het medeweten van de cliënt om, andere professionelen over de situatie te consulteren. Verwacht wordt dat de identiteit van de cliënt beschermd blijft. Indien het gevaar duidelijk en dreigend is, dan is de onthulling ervan jegens familieleden, andere hulpverleners en de openbare autoriteiten aan te bevelen.
5.3 Wanneer seksuele-, gezins- of relatietherapie, supervisie en vorming in groep aangeboden worden, dient de seksuoloog er rekening mee te houden dat dit de vertrouwelijkheid kan bemoeilijken. De seksuoloog dient dit met de mogelijke deelnemers te bespreken.
5.4 Het onthullen van informatie waarvan de cliënt gevraagd heeft deze niet aan de partner te onthullen kan niet zonder de toestemming van de partner die de vertrouwelijke informatie heeft meegedeeld.
5.5 Als slechts één partner van een cliëntenkoppel toestemt in het vrijgeven van informatie, dan kan de seksuoloog slechts die informatie vrijgeven die betrekking heeft op de toestemmende partner. De seksuoloog dient de identiteit alsook de informatie van de niet-toestemmende partner te beschermen en vertrouwelijk te houden.

Artikel 6. Het fysisch contact met cliënten

6.1 Lichamelijk onderzoek om organische aandoeningen uit te sluiten kunnen enkel uitgevoerd worden door bij de Belgische Wet erkende geneesheren.
6.2 Therapeutische handelingen die het lichamelijk contact vereisen, mogen enkel uitgevoerd worden door daarvoor speciaal opgeleide en bevoegde therapeuten.
6.3 Indien lichamelijk contact tijdens het verloop van de therapie nodig is, dient het doel en de aard ervan duidelijk aan de cliënt te worden meegedeeld zodat de cliënt hiervan een bewuste overweging kan maken nog voor de handelingen plaatsvinden.
6.4 Het is voor een seksuoloog onaanvaardbaar om met een cliënt(e) een seksuele relatie te hebben. Ook indien er geen therapeutische relatie meer bestaat is een seksuele relatie met een cliënt(e) onaanvaardbaar.

Artikel 7. Supervisie

7.1. Supervisoren en gesuperviseerden dienen te handelen in overeenstemming met de richtlijnen van de VVS rond de supervisie van seksuele, huwelijks- en relatietherapie.
7.2. Supervisie kan enkel aangeboden worden wanneer er een duidelijk overeengekomen contract voorhanden is, welke de volgende aspecten omvat:
a. De grenzen van vertrouwelijkheid, zowel ten aanzien van cliënten als gesuperviseerde, dienen duidelijk te zijn en gerespecteerd te worden. Omstandigheden waarbij de supervisor mogelijks de vertrouwelijkheid kan schenden, dienen besproken te worden.
b. De bedoeling van de aangeboden supervisie dient duidelijk te zijn, bv. voor een specifieke opleiding of voor consultatieve doeleinden.
c. Alvorens de supervisie aanvangt, dient de kwestie van wie de klinische verantwoordelijkheid voor de cliënten draagt, uitgeklaard te zijn, inclusief de mogelijke betrokkenheid van de huisarts, de verwijzer en/of de hulpverleningsdienst.
d. De supervisor en gesuperviseerde dienen duidelijk op de hoogte te zijn van de Ethische Code en de Gedragscode van de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie vzw., waaronder de supervisie plaatsvindt.
e. Indien van de supervisor wordt verwacht om in verslagen te voorzien, dient er voorafgaand helderheid te zijn omtrent de aard, de bedoeling en de bestemmming van zulke verslagen.
7.3. Alvorens een ‘live’-supervisiesessie op te nemen, waarbij voor de observatie van cliënten éénrichtingsspiegels of andere hulpmiddelen worden gebruikt, dient de bedoeling van deze procedure duidelijk te zijn opdat de cliënten een geïnformeerde toestemming kunnen geven.
7.4. Indien er voor supervisiedoeleinden audio- of video-opnames worden gemaakt, dient de bedoeling van het gebruik van zulke opnames duidelijk te zijn opdat de cliënten geïnformeerd toestemming tot opname kunnen geven. De toestemming dient schriftelijk te worden gegeven en de cliënten dienen over de mogelijkheid te beschikken om de opnames van zichzelf te bekijken en elk aanzoek tot gedeeltelijke of volledige verwijdering dient te worden ingewilligd, tenzij de opnames voor wettelijke doeleinden dienen te worden bijgehouden.
7.5. Tijdens de supervisie van seksuele, huwelijks- en relatietherapie mag informatie van persoonlijke aard door supervisoren of gesuperviseerden blootgelegd worden. Supervisoren en gesuperviseerden dienen zich er echter van te vergewissen dat de grenzen van vertrouwelijkheid (zie 7.2a) gerespecteerd worden.
7.6. Supervisoren zijn verantwoordelijk voor het stellen en behouden van grenzen tussen de supervisierelatie en andere professionele relaties, bv. opleiding, management.
7.7. Een supervisor wordt niet geacht met eenzelfde gesuperviseerde over eenzelfde tijdsperiode een supervisierelatie en een therapeutische of hulpverleningsrelatie te hebben.
7.8. Supervisoren en gesuperviseerden worden geacht elkaar niet financieel, seksueel, emotioneel of op een andere wijze uit te buiten. Het is onethisch voor supervisoren om zich seksueel te engageren met hun gesuperviseerden.
7.9. Supervisoren en gesuperviseerden dienen te streven naar een niet-discriminerend handelen.

Artikel 8. Opleiding

8.1 Opleiding wordt verondersteld enkel te worden aangeboden wanneer er tussen student, opleider en opleidingscentrum een duidelijk overeengekomen contract voorhanden is, welke volgende aspecten omvat:
a. De grenzen zowel ten aanzien van cliënten als student moeten uitgeklaard zijn en gerespecteerd worden. Omstandigheden waaronder de opleider de vertrouwelijkheid mogelijks kan schenden, dienen besproken te worden.
b. De doeleinden, objectieven en verwachte resultaten van elke opleiding dienen duidelijk te zijn.
c. De kwestie van wie de klinische verantwoordelijkheid houdt over elk cliëntgericht werk in de opleiding, dient uitgeklaard te zijn alvorens zulk werk aan te vatten, inclusief de mogelijke betrokkenheid van de huisarts, de verwijzer en/of de hulpverleningsdienst.
d. Opleidingscentra, opleiders en studenten dienen duidelijk op de hoogte te zijn van de Ethische Code en de Gedragscode van de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie vzw. waaronder zulke opleiding plaatsvindt.
e. Als van de opleider wordt verwacht om te voorzien in verslagen en evaluaties, dient er op voorhand helderheid te zijn omtrent de aard, de bedoeling en de bestemming van zulke verslagen en evaluaties.
8.2. Wanneer er tijdens opleidingssessies cliënten worden ontvangen, dienen zij geïnformeerd te worden over de aard van de status van de student en over het feit dat supervisie is voorzien. Wanneer cliënten bezwaar hebben om door studenten te worden ontvangen, dienen er alternatieve regelingen gemaakt te worden.
8.3. Alvorens enige ‘live’-opleidingssessie op te nemen waarbij er voor de observatie van cliënten éénrichtingsspiegels of andere hulpmiddelen worden gebruikt, dient de bedoeling van de procedure duidelijk te zijn opdat de cliënten geïnformeerd toestemming kunnen geven.
8.4. Indien er voor opleidingsdoeleinden audio- of video- opnames van klinische sessies dienen gemaakt worden, moet de bedoeling van het gebruik van zulke opnames duidelijk zijn opdat cliënten geïnformeerd toestemming tot opname kunnen geven. De toestemming dient op de videoband te worden opgenomen alsook schriftelijk genoteerd en de cliënten moeten de mogelijkheid hebben om de opnames van zichzelf te bekijken en elk aanzoek tot gedeeltelijke of volledige verwijdering dient te worden ingewilligd.
8.5. Tijdens een opleiding voor seksuele, huwelijks- en relatietherapie mag informatie van persoonlijke aard door opleiders en studenten onthuld worden. Opleiders en studenten dienen echter te verzekeren dat gepaste grenzen van vertrouwelijkheid (zie 8.1a) ten aanzien van zulke informatie worden gerespecteerd.
8.6. Opleiders zijn verantwoordelijk voor het stellen en behouden van grenzen tussen de opleidingsrelaties en andere professionele relaties, bv. supervisie, management.
8.7. Een opleider wordt niet geacht met eenzelfde student over eenzelfde tijdsperiode, een opleidingsrelatie en een therapie of hulpverleningsrelatie te hebben.
8.8. Opleiders en studenten worden geacht elkaar niet financieel, seksueel, emotioneel of op een wijze uit te buiten. Het is onethisch voor opleiders om zich seksueel te engageren met hun studenten.

Artikel 9. Onderzoek

9.1 Er wordt verwacht dat protocollen in verband met het onderzoeken van menselijke subjecten aangeboden worden aan een geïnstitueerde herzieningscommissie of aan een vereniging voor de evaluatie van ethische aangelegenheden.
9.2 Onderzoekssubjecten dienen geïnformeerd te worden over de aard van de studie in dewelke zij worden aangezocht mee te werken en dienen doorverwezen te worden indien zij niet wensen mee te werken.
9.3 De richtlijnen en basisprincipes rond het combineren van onderzoek van menselijke subjecten met professionele hulp, zoals uitgewerkt in de Medische Wereldverklaring van Helsinki (1964, amendementen in 1975-1983-1989-1996), dienen te worden gerespecteerd.

Artikel 10. De Vereniging

10.1 Leden mogen adverteren zolang de verklaringen beschrijvend en niet beoordelend zijn. De informatie dient gelimiteerd te worden tot de naam, relevante kwalificaties en registratie, adres, telefoonnummer, uurregeling en een lijst van diensten en omstandigheden van verwijzing. Enkel leden welke hun erkenning wordt bevestigd door de voorzitter mogen gebruik maken van de VVS-erkenning.
10.2 Een seksuoloog wordt geacht geen ongunstige commentaar aan cliënten te geven met betrekking tot de (klinische praktijk) van andere seksuologen.
10.3 De vereniging dient te worden geïnformeerd door het betreffende lid wanneer hij/zij wordt veroordeeld voor een criminele misdaad door een rechtbank of wanneer er een burgerlijke veroordeling tegen hem/haar loopt gerelateerd aan zijn/haar professioneel werk of wanneer er een klacht is ingediend tegen hem/haar in een andere organisatie.
10.4 Na een geschikte procedure met betrekking tot beleidsdocumenten, mag de voorzitter de erkenning of het lidmaatschap van de vereniging achterhouden of terugtrekken bij een persoon die zich gedraagt op een manier welke verondersteld wordt niet in overeenstemming te zijn met de Ethische Code en de Gedragscode van de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie vzw.